Ik ben uw ongeschoren kluizenaar, mijn hand
Maakt alles vuil; wit papier, verse druk
Een teder tanig meisje, mijn baarlijk ziek geluk
Ik stink en wroet en druk uw gemoed

Gezeten op een appelkrat zwoerd ik
Door de grot. Ik kauw op zwerven.
Mijn spieren bederven, en straks
Wordt mijn bestaan voedzame pap.

Aan alle mensen: mijd mijn magere bast
Mijn leven zit vol ingebeelde pijn, als
Bewijs ziet u hier zelfs een ribbenkast
Maar laat mij even zijn.

Enkel sluik haar belet mij het dichten,
Zie mijn gebit, mijn slappe kaken, de
Zwarte dood. Ze rammelt mijn gewrichten
Ze klooft het weten, ze hakt door touw

Zo hebt u niets aan de stalagtiet van mijn
Druipende esthetiek, ze vermindert.
En na een poos of straks of later
Kwijn ik met ganser harte

Helemaal
Weg.

– Hugo Claus –

3 reacties op Tweede mijmering van Hugo Claus

MrKramer
20 maart 2008 18:03

R.I.P.

Wim Q
20 maart 2008 19:27

Inderdaad RIP

Gibson
21 maart 2008 07:42

Er sterven elke dag mensen in dit apenland die heel erg ziek zijn enz… en daar maken ze geen heisa rond .

Niet gevonden?

Bad of douche?

Resultaten

Laden ... Laden ...

Archief

Categorieën

Krimineel

kri•mi•neel 1 (de ~ (m.), -nelen)
1 misdadiger
kri•mi•neel 2 (bn.)
1 strafrechtelijk
2 misdadig 3 [inf.]
geweldig, buitengewoon, fantastisch
kri•mi•neel 1 (de ~ (m.), -nelen) 1 misdadiger kri•mi•neel 2 (bn.) 1 strafrechtelijk 2 misdadig 3 [inf.] geweldig, buitengewoon, fantastisch

Sponsor

 

Gehost door

TransIP